Acceptatie bij peer assessment: Waarom studenten soms moeite hebben met een beoordeling door een medestudent

Door: Martijn Leenknecht (Beleidsadviseur HZ University of Applied Sciences)

Eén van de eerste zorgen van docenten die willen gaan werken met peer assessment is de vraag of studenten de beoordeling door medestudenten wel zullen accepteren. Ontstaan er geen sociale conflicten als je studenten elkaar laat beoordelen? Eerder schreef ik hierover een blog op de pagina “Onderwijskundige professionals”.

Waarom niet naar de trombonist wordt geluisterd: peer assessment in het orkest

22 maart 2011 Door MartijnLeenknecht

Nadat de dirigent heeft afgeslagen draait een trombonist zich om naar de rij trompettisten achter hem en hij merkt op: “Dat stukje vanaf maat 68 moet piano gespeeld worden..”, waarop een trompettist antwoordt:  “Als het te hard was zal de dirigent het wel zeggen”.  Een andere trompettist zegt: “Waarom kijk je naar mij als je dat zegt? Ik speel hier niet alleen!”. 

Wat hier gebeurt illustreert op een mooie manier de sociale aspecten die spelen rond peer assessment. Peer assessment? Ja, in dit voorbeeld zijn de trombonist en de trompettisten elkaars gelijken (peers), en beoordelen ze elkaar. Ze spelen immers in het zelfde orkest en verondersteld kan worden dat de niveauverschillen beperkt zijn. Ze zijn allemaal even veel ‘expert’ in de muziek en toch maakt de trombonist een kritische opmerking over de prestaties van de trompettisten. Zoals de eerste trompettist al opmerkt, staat de echte expert natuurlijk voor het orkest: de dirigent.

Hoewel de muzikanten elkaar dus feedback geven, wordt de feedback in dit voorbeeld niet geaccepteerd. De opmerking zal dus zijn effect missen: het is maar de vraag of de trompettisten de volgende keer zachter zullen spelen. De eerste trompettist acht de trombonist niet capabel om dergelijke opmerkingen te plaatsen, terwijl de tweede trompettist de opmerking interpreteert als een aanval op zijn persoon. Beide trompettisten zijn dus bezig hun rol in de groep te beschermen.

Peer assessment is een vergelijking
Festinger beschrijft in zijn social comparison theory dat we onszelf en ons functioneren continu met anderen vergelijken. Zodoende stellen we vast wat onze positie is in de groep. De manier waarop anderen ons behandelen, beïnvloedt de manier waarop we onszelf zien en hoe wij onze rol en taak in de groep definiëren. De anderen en hun acties zijn de spiegel die laat zien wie we zijn en hoe we presteren: Cooley’s looking-glass self.

Met de opmerking maakt de trombonist dus (onbedoeld) een vergelijking tussen hem en de trompettisten. Maar de muzikanten zijn toch elkaars gelijken en buiten dat ze andere partijen en instrumenten bespelen zijn er toch geen (fundamentele) verschillen? Ze hebben toch geen verschillende rollen in het orkest? Klopt, en daar wringt ook de schoen. Dat is precies het sociale probleem dat optreed. De opmerking van de trombonist bevat een inhoudelijk aspect dat waar of niet waar kan zijn, maar belangrijker is wat Watzlawick het betrekkingsniveau noemt. De trombonist geeft met de opmerking aan hoe hij denkt over het spel van de trompettisten. De opmerking bevat informatie over hoe de trombonist de rolverdeling en de onderlinge relatie beschouwt. De trompettisten zijn niet secuur genoeg in de ogen van de trombonist. Het gevoel van gelijkheid wordt dus ondermijnd door de opmerking, waardoor de trompettisten het gevoel krijgen dat ze de balans moeten herstellen en hun zelfbeeld en looking-glass self moeten beschermen.

Een beoordeling door een gelijke die de gelijkheid ondermijnt..
Is dit dan niet altijd een probleem bij peer assessment? In zeker zin wel ja, er wordt niet voor niks gesproken over vertrouwensproblemen en een ‘veilig’ klimaat dat aanwezig moet zijn (zie mijn blog peer assessment: enkele kwaliteitsissues). En zoals al werd opgemerkt in een reactie op mijn blog leren van criteria beïnvloedt dit sociale aspect ook de beoordeling en feedback die wordt geuit. “Als je (opbouwende) kritiek uit op iemands prestatie dan voelt dat snel alsof het op diegene als persoon gericht is. Dat proberen we denk ik te voorkomen”.  De beoordelaars anticiperen dus al op mogelijke persoonlijke conflicten.

Dit betekent niet dat peer assessment altijd gedoemd is te mislukken. Want is het niet juist de kracht van peer assessment dat peers gaan nadenken en discussiëren over verschillen in opvatting over de geleverde prestatie? Kortom, een conflict is ook het essentiële onderdeel van peer assessment. Er moet dan wel voor worden gewaakt dat het geen persoonlijk conflict wordt, maar dat er sprake is van een cognitief conflict. Dit kan volgens mij worden bereikt door wederzijdse feedback in te zetten. Als de trompettisten ook opmerkingen kunnen maken over het spel van de trombonist, komt de rolverdeling weer in evenwicht. Bovendien is het van belang dat de feedbackontvangers focussen op de inhoudelijke boodschap van de opmerking en de boodschap op betrekkingsniveau zo veel mogelijk negeren. De ego’s moeten aan de kant worden gezet, alles ten behoeve van het leerproces.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s