Formatief toetsen vraagt om teamwork

In aanloop naar het symposium Leren van Toetsen: Van visie naar feedbackcultuur introduceren de experts de thema’s waarmee we aan de slag gaan. Vandaag de beurt aan Dominique Sluijsmans (Zuyd Hogeschool) en Eric Entken (Hogeschool Rotterdam) om het vijfde thema te introduceren: je collega’s in beweging. 

Wij opereren (….) voortdurend met de veronderstelling, dat een deel van onze leerlingen wel niet zal kunnen volgen wat wij ze trachten bij te brengen en dus “gewoon” een onvoldoende zal krijgen. Daardoor wordt de vraag of ons onderwijs wel geschikt is voor de leerlingen, nooit scherp gesteld:  je kunt er altijd onderuit, want een deel van de leerlingen “mag gerust” niet geschikt voor het onderwijs zijn (…).

En wat de leerling betreft: het ligt altijd aan hèm als hij niet slaagt; hij wordt nooit met zoveel woorden als geschikt aanvaard, alle vóórselectie ten spijt. Hem of haar hangt in principe de mogelijkheid  tot falen-door-eigen-ongeschiktheid op ieder moment als een zwaard van Damocles boven het hoofd – tot op de dag van zijn eindexamen.

(Adriaan de Groot, in Vijven en zessen (1966, p. 43-44)

Het traditionele beeld van toetsing die losstaat van het onderwijs zelf heeft te lang het onderwijs en daarmee het gedrag van studenten geconditioneerd. Om studenten te helpen in hun ontwikkeling is het niet langer toereikend om de voortgang van het leren te vertalen in informatiearme cijfers of scores. Kortom, we staan aan de vooravond van een toetsrevolutie: de omslag van een toetsing die gericht is op afsluiting van het onderwijs naar een toetsing die is verankerd in het onderwijs. Of, anders gezegd: de omslag van een informatiearme, one-size-fits-all– toetscultuur naar een rijke, op de student toegesneden feedbackcultuur. De behoefte aan een toetsrevolutie leeft niet alleen bij docenten, directeuren en bestuurders; ook het Ministerie van OC&W en de Tweede Kamer hebben veel belangstelling voor een eigentijdse wijze van toetsing en examinering. De ambitie om het onderwijs niet als een ‘sorteermachine’ in te richten, maar als een omgeving waarin feedback en kansen voor alle studenten centraal staan, wordt breed gedragen. Om de ambitie van een feedbackcultuur te realiseren zal de praktijk moeten worden ondersteund met implementatierichtlijnen en handvatten. Rondom toetsen bestaan immers vele rituelen, tradities en diepgewortelde ervaringen en opvattingen, die niet zomaar te veranderen zijn.

In de workshop op 2 juni reiken we enkele implementatiehandvatten aan voor het realiseren van een feedbackcultuur waarin formatief toetsen in optima forma is geïmplementeerd.  Daarna gaan we samen aan de slag met deze handvatten. Enkele voorbeelden van deze handvatten zijn:

  • Denk vanuit een samenhangend curriculum waarin onderwijs, leren en toetsing naadloos op elkaar aansluiten.
  • Zorg voor een mix aan ‘toets’methodes en maak voor de studenten inzichtelijk welke methode je wanneer gebruikt en waarom.
  • Maak zwaarwegende beslissingen op basis van rijke informatie over de voortgang van leren.
  • Geef studenten een gevoel van autonomie.
  • Creëer binnen de school of opleiding mogelijkheden om de dialoog over leren te bevorderen.
  • Stimuleer kleine initiatieven en bewaak tegelijkertijd de langetermijnambitie van de school.

Naast deze aanbevelingen geven we alle deelnemers ook tien tegelwijsheden over formatief toetsen en implementatie mee. We geven er hier alvast één van weg.

figuur 1 blog Dominique en Eric

thema 5Het symposium Leren van Toetsen: Van visie naar feedbackcultuur vindt plaats op vrijdagmiddag 2 juni aanstaande in Rotterdam. Heb je een vraag die aansluit bij Thema 5: Je collega’s in beweging. Laat je vraag achter via een reactie op dit bericht! Ook als je niet kunt aansluiten bij het symposium is je input meer dan welkom! 

Referenties
Sluijsmans, D., & Kneyber, R. (2016). Toetsrevolutie: Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg: Uitgeverij Phronese.

Advertenties

Een gedachte over “Formatief toetsen vraagt om teamwork

  1. Zaken die ik me afvraag:
    Hoe bepaal je of een toets en beoordeling en daarmee de basis voor feedback niet teveel beïnvloed worden door zaken die niet als doelstelling beoogd waren? (Voorbeeld: stressbestendigheid, tijdsdruk, inspanning of taalvaardigheid zijn vaak geen expliciet te meten leerdoelen, eerder toetsruis, maar bepalen wel resultaten en prestaties)
    Hoe kun je beoordelen of het beoogde geleerde lang genoeg beklijft? En hoe verwerk je die “beklijfwaarde” in een toets? (Zelfs na een afgewogen toetsprogramma worden na een bepaalde tijd bepaalde leerdoelen niet meer op het vereiste minimumniveau “behaald”, zie rijvaardigheidsexamen etc)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s